Sint-Lambrechts-Herk 

Uit de inzendingen van Sint-Lambrechts-Herk kozen Het Stadsmus en de Erfgoedcel voor de inzending van Lucien Quintiens. De familie Quintiens bewaart met heel veel zorg het notitieboekje van grootvader Henricus Quintiens uit zijn periode aan de loopgraven, zijn ingekaderd portret uit 1914-1915 met op de achterzijde de handtekening van Koning Albert I en enkele foto’s. Je kan die van 11 tot 30 november 2011 bewonderen in Het Stadsmus.

Lucien_Quintiens,_erfgoedkoning_Sint-Lambrechts_Herk

Dit is het verhaal.

Lucien Quintiens (° 1933) uit Sint-Lambrechts-Herk heeft bijzondere herinneringen aan zijn grootvader Henricus Quintiens (Hasselt, 11/07/1880 - Sint-Lambrechts-Herk, 02/11/1946). Henricus vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog gedurende vier jaar aan de IJzer. Na de oorlog bleef hij er nog een jaar langer om te helpen bij de heropbouw van de Westhoek. De familie Quintiens bewaart met heel veel zorg zijn notitieboekje uit zijn periode aan de loopgraven, zijn ingekaderd portret uit 1914-1915 met op de achterzijde de handtekening van Koning Albert I en enkele foto’s.

Henricus Quintiens werd in 1914 op 34-jarige leeftijd opgeroepen om te strijden voor zijn vaderland. Zijn vrouw Agnes Blocken (Hasselt, 02/01/1881 - 23/03/1958) bleef met vijf kinderen – na de Eerste Wererldoorlog kwam er nog een zesde bij – achter in Sint-Lambrechts-Herk. Het was een harde tijd voor het gezin. Grootmoeder Quintiens verdedigde haar kinderen met hand en tand. Zo sliep ze met een drietand naast haar bed.

Al in 1914-1915 werd van Henricus Quintiens een portret gemaakt in vol ornaat, in uniform: ‘Souvenir de la guerre 1914-1915’. Dit portret, op de achterzijde gesigneerd door koning Albert I, kreeg hij voor een bijzondere heldendaad. Hij heeft zijn familie nooit helemaal willen vertellen wat die heldendaad precies inhield. Aan zijn oudste dochter Hélène zou hij verteld hebben dat een peloton van zijn legereenheid afwisselend een ‘stormloop’ tegen de vijand moest uitvoeren, met de blanke bajonet op het geweer. Hij maakte ook deel uit van dat peloton. Telkens sneuvelde wel één of meerdere strijdmakkers, waaronder ook zijn beste vriend. De gewonden werden ’s nachts geëvacueerd. Op zo’n stormloop zou zijn overste zwaargewond geraakt zijn. De bewuste officier zou enkel Frans gesproken hebben. Omdat Henricus tweetalig was, had hij met die man een goede band. Door toedoen van zijn groep zou het leven van deze officier gered zijn. Wellicht werden hij en zijn makkers voor deze (helden)daad ‘bekroond’. Waarschijnlijk heeft hij hierover omwille van hun jonge leeftijd niets aan de kleinkinderen willen vertellen.

Als oud-strijder kreeg hij verschillende frontstrepen en later ook de Medaille van de Zegepraal 1914-1918 en de Herinneringsmedaille 1914-1918.
Tijdens zijn verblijf in de loopgraven aan de IJzer hield Henricus een soort dagboekje bij waarin hij minutieus optekende hoeveel soldij hij kreeg, wat hij uitgaf en waar ze naar toe gingen.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog besloot Henricus Quintiens een jaar langer in de Westhoek te blijven om te helpen bij de heropbouw. Zo kon hij voor zijn straatarme gezin voor een inkomen zorgen. In 1919 keerde hij uiteindelijk naar Sint-Lambrechts-Herk terug. Bij zijn terugkomst durfde hij het huis niet binnen te komen. Hij zat immers vol luizen en neten. Hij stond er op zich eerst te wassen, te ontluizen en om te kleden in het bakhuis vooraleer hij na vijf jaar zijn gezin terug in de armen sloot.

Een rondvraag van Het Stadsmus naar meer informatie over de mogelijke aanleiding voor een door koning Albert I gesigneerd portret leverde tot op dit moment geen extra informatie op.

Reageer op dit verhaal...