Sint-Hubertus (Runkst) 

Uit de inzendingen van de wijk Sint-Hubertus (Runkst) kozen Het Stadsmus en de Erfgoedcel voor de tondeuse van Monique Hermans.

De tondeuse is minstens 65 jaar oud en werkt nog zeer goed. Monique Hermans, die kapster van opleiding is, kreeg deze tondeuse van haar grootvader, die ook kapper was. Hij kreeg ze op zijn beurt van zijn vader, ook kapper. Je kan de tondeuse van 6 tot 27 juni 2010 bewonderen in Het Stadsmus.

Monique_Hermans_met_tondeuse_-_Foto:_F._Claessens

Dit is haar verhaal.

Antoine Hermans, de vader van Monique stierf bij een ongeval toen ze heel jong was. De sterke banden met de familie aan vaderskant bleven onderhouden. Monique hecht veel waarde aan de tondeuse van haar grootvader Louis Hermans (1893-1976). Het is behalve wat foto’s het enige tastbare dat ze van hem heeft.

Louis Hermans kwam uit een gezin met zeven kinderen: Hij groeide op in het dorp aan het standbeeld van Hendrik Van Veldeke. Zijn familie bezat er een woonhuis en het café Gambrinus met daartussen een kegelbaan. De kegelbaan werd omgebouwd tot vergaderzaal. Dat bracht goed op. Talrijke (middenstands-)verenigingen kwamen er vergaderen.

Net als zijn drie broers ging hij in de leer bij Jean Dethier, coiffeur en vriend des huizes.
In de Eerste Wereldoorlog was hij ingelijfd bij het 11de linieregiment en werd hij als krijgsgevangene afgevoerd naar het kamp van Gottingen.
Op een foto die hij naar huis stuurde, staat zijn adres: ’Louis Hermans 11de Ligne 2/2 Göttingen, coiffeur Baraque 31, Saltau Hannover’. Behalve kapper, was Louis ook lid van de Belgische voetbalploeg in het kamp.

Louis ontmoette zijn echtgenote in Genk, in het hotel De Oude Tijd dat eigendom was van haar familie. Op 1 april 1925 trouwden ze. Kort daarna bouwden ze een huis met café annex herenkapsalon tegenover de mijn in Waterschei.

Daarna keerde hij terug naar Hasselt om het café van zijn ouders over te nemen. Het was in de praktijk vooral zijn echtgenote die het café draaiend hield. Ze heeft er hard gewerkt. De zaak werd druk bezocht en was bekend omdat er veel gekaart werd. Zijn vrouw zei vaak lachend dat Louis meer opdeed voor den toog dan dat hij verdiende.
Een echt kapsalon had hij niet meer, maar vaste gasten en mannelijke familieleden werden geschoren en geknipt in de achterkamer van het café. Gangbaar toen was het in de hals hoog opgeschoren herenkapsel. Ook de haren van de kleinzonen werden geschoren, maar ze kregen geen inspraak. Met een wit laken om hun schouders moesten ze zitten en zwijgen terwijl bompa (Bo) hen met de tondeuse voorzag van een coupe pispot.

In 1956 liet Louis de Cambrinus en over aan Paul Houben.

De combinatie kapsalon en café was niet uitzonderlijk. De kapper schonk borrels en de waard knipte het haar. Voor de publicatie Vrouwentongen & mannenpraat, Volkscafés in Vlaanderen (uitgegeven door Volkskunde Vlaanderen) fotografeerde Jimmy Kets een zeldzaam Vlaams café waar dit nog steeds gebeurt. Naar verluid is er in de Cambrinus een stamgast die op zaterdag zijn -nu wel elektrische- tondeuse meebrengt en op verzoek een aantal gasten scheert.

Reageer op dit verhaal...